Help, ik wil een hulphond!

En dat is een ambitieus plan, zo kan ik je verzekeren. Veel hobbels en obstakels heb je te overwinnen, alleen al voordat je überhaupt je aanvraag bij de ziektekostenverzekering hebt liggen.

Zo moet er een ergotherapeutisch verslag opgesteld worden. Ergens in die ellenlange vragenlijst t.b.v. dat verslag staat vermeld dat – indien aanwezig – het indicatierapport van het CIZ bijgevoegd dient te worden. Het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) toetst je aanvraag voor een PGB. Toen een paar jaar geleden mijn PGB verlengd werd, kreeg ik alleen het indicatiebesluit toegezonden, maar ongetwijfeld ligt daar ten kantore ook zo’n rapport, dus zou je denken: ritselen we even.

Bij het CIZ hebben ze echter bepaald het buskruit niet uitgevonden. Aanvankelijk vroeg ik telefonisch om een indicatierapport, maar een niet bijster geïnteresseerde mevrouw wist mij te melden dat zoiets schriftelijk – per mail of brief – dient te geschieden. Dus ik stuur een mail. Vervolgens krijg ik dan binnen een half uur een reactie – ik schrik bijna van de snelheid! – dat ik een brief moet sturen, met een ‘fysieke’ handtekening en als ik dat vervolgens doe ontvang ik na drie dagen – in het weekend – een kopietje van … het indicatiebesluit! Ja, die had ik dus al!

Omdat het weekend is, stuur ik maar wéér een mailtje om uit te leggen wat er is misgegaan. Wat dat betreft pakken dat soort instanties het altijd wel handig aan: ik krijg opvallend vaak irriterende post op zaterdag. Ik verdenk ‘ze’ ervan dat ze dat met opzet doen, zodat je tegen maandag enigszins bent afgekoeld óf je gram alleen schriftelijk kunt halen. En papier is geduldig, evenals zijn elektronische evenknie. Goed, een mail dus. Het effect daarvan is dat ik op maandagmorgen uit m’n nest word gebeld door een zijig type, dat meent mij te moeten vertellen dat ik opnieuw een brief moet sturen. – Ja, m’n zuster op een houtvlot! Ja, nee, maar ze ging me nu precies uitleggen wat ik in die brief allemaal moest vermelden. En dit allemaal op het geduldige, zijige toontje van iemand die gewend is om de hele dag met domme cliënten zoals ik om te gaan. En of ik pen en papier bij de hand had? – Nee, daar lig ik doorgaans niet mee in bed. “Doet u maar rustig aan, hoor”, fleemt het op een toon die ongetwijfeld heel goed bedoeld is, maar waarvan ik tamelijk wild word.

Maar terwijl ik naar de kamer hobbel, op zoek naar pen en papier, krijgt ze ineens een inval: ze wil nog even ‘een en ander checken met haar backoffice-collega’ en ze zal me binnen nu en een kwartiertje terugbellen. Zegt ze. En dat doet ze ook. Om me vervolgens te vertellen dat ik inderdaad een prima brief gestuurd had en dat de fout helemaal bij hen lag, waarvoor excuses en dat ze me alsnog dat rapport gaan toezenden.

En dan zeggen ze dat boeren dom zijn. Moet je voor de grap eens proberen een ambtenaar iets uit te leggen.